Installatie

Gebruikershandleiding

Geldig voor Sprsun warmtepompen:

  1. Lucht – water warmtepomp verwarming serie
  2. Lucht – water warmtepomp verwarming en koeling serie
  3. EVI Lucht – water warmtepomp verwarming serie
  4. EVI Lucht – water warmtepomp verwarming en koeling serie
  5. Lucht – water warmtepomp hoge temperatuur serie
# Afkorting Details Model
1 HH Verwarming en warm water CGK/C-XX, CGK/D-XX
2 HC Verwarming en koeling CGK/C-XX (HC), CGK/D-XX(HC)
3 HT Hoge temperatuur (75 °C) CGK/C-XX(H), CGK/D-XX(H)
4 EVI-HH EVI Verwarming en warm water CGK/C-XX(L), CGK/D-XX(L)
5 EVI-HC EVI verwarming en koeling CGK/C-XX(LHC), CGK/D-XX(LHC)

 

Opmerking: De afkortingen worden gebruikt in de tekst ter verwijzing naar een genoemd type warmtepomp.

De levering is als volgt

  • Warmtepomp
  • Gebruikers Handleiding
  • Bedieningspaneel HH,HC,HT bekabeld bedieningspaneel
  • Temperatuursensor(en)

Aanbevolen opties

Installatie

Warmtepomp installatie en plaatsing

  • Warmtepomp mag niet worden geïnstalleerd op de plaats waar brandbaar gaskan lekken.
  • De warmtepomp moet in een goed geventileerde ruimte staan
  • De warmtepomp moet volgens voorschrift geplaatst worden: De afstanden tot de achterwand, plafond en zijkanten moeten in acht genomen worden. Bij gewenste afwijkingen altijd informatie inwinnen bij de leverancier.

  • De warmtepomp kan het beste op een betonnen basis staan (begane grond), dan wel op een dak of beugels met voldoende draagkracht.
  • De warmtepomp moet geplaatst of bevestigd worden op rubber trillingsvoeten.
  • Er komt condenswater vrij wanneer de pomp in werking is. Dit condenswater moet voldoende afgevoerd worden.

Installatie voorschriften

De volgende regels moeten altijd in acht genomen worden:

  • Zorg altijd voor een goede ontluchting van het systeem: Op het hoogste punt van het circuit moet een ontluchter geïnstalleerd zijn. Het systeem moet geheel ontlucht zijn voordat de warmtepomp in gebruik genomen mag worden.
  • Voor de inkomende waterleiding moet ALTIJD een waterfilter/vuilvanger geïnstalleerd worden. (wordt meegeleverd)
  • Warmtepompen mogen nooit in serie geschakeld worden. Parallel kan daarentegen altijd.

Aandachtspunten

  • Het plaatsen, service verlenen, in gebruik nemen en verwijderen van deze apparatuur moet plaatsvinden door gekwalificeerd, en ter zake kundig personeel.
  • De netvoeding moet voorzien zijn van “aarde”
  • De ventilator mag niet aangeraakt worden als de netspanning is aangesloten. Deze kan op elk moment in bedrijf gaan.
  • De warmtepomp mag niet zodanig afgedekt worden dat de luchtdoorstroming verhinderd wordt. Dit kan leiden tot inefficiënte werking of oververhitting en schade aan de warmtepomp
  • Gebruik altijd een aparte groep voor het aansluiten van de warmtepomp. De warmtepomp heeft relatief veel vermogen nodig.

Onderstaand een aantal schema’s die gebruikt kunnen worden als leidraad voor een warmtepomp installatie. Het zijn voorbeelden hoe het zou kunnen, maar voor iedere specifieke situatie kan een andere configuratie noodzakelijk zijn.

Installatieschema

In dit voorbeeld wordt de warmtepomp gebruikt voor verwarmen dan wel koelen, via de vloerverwarming en convector radiatoren. De pomp P1 wordt aangestuurd door de warmtepomp, en die zorgt voor de gewenste temperatuur in de tank. De vloerverwarming en de convector radiatoren worden bediend door P2, op basis van de gewenste temperatuur via de kamerthermostaten.

Installatie voorbereiding

Bereid installatietoebehoren voor, zoals een expansievat, 3-wegklep, afsluitklep, onzuiverheidsfilter, pomp circulatie, leidingen en buffervat.

Installatieprocedure

Lokaliseer de installatiepositie voor de warmtepomp, buffer, circulatiepomp en eindcomponenten zoals fan coil of radiator of vloerverwarming.

De volgorde zal zijn: keerklep→ filter→ circulatiepomp → afsluiter → buffer (Let op de richting van de circulatiepomp en het waterfilter) 

 

Bedradingsschema van de warmtepomp

Spanning: 220V~240V / 50Hz / 1Ph

 

Houd er bij het aansluiten van de hoofdvoeding rekening mee dat de diameter van het netsnoer:
groter zijn dan of gelijk zijn aan de aanbevolen draaddiameter en op betrouwbare wijze moeten worden geaard.

De aansluitklem van de waterpomp kan worden gebruikt als voeding voor de waterpomp.
De waterpomp met PWM-signaal moet worden aangesloten op de signaalleiding.
Controleer en onderscheid de voedingslijn en de PWM-signaallijn a circulatiepomp, te onderscheiden naar het aantal aansluitdraden

Modellen met externe elektrische verwarming hebben een geschikte draaddiameter nodig, afhankelijk van het verwarmingsvermogen.
De elektrische verwarmingsterminal kan niet direct worden gebruikt als voeding voor verwarming, alleen als stuursignaal. De hoofdvoeding moet zijn uitgerust met een AC-schakelaar volgens de grootte van de macht:

De aansluiting van de driewegklep is 2 stroomdraden en 1 nuldraad en de schakelrichting van de driewegklep moet correct worden geïnstalleerd, anders beschadigt het de unit en het zal onbruikbaar worden

Watertemperatuursensor gebruikt door de drie functies van vloerverwarming, koeling en warm tapwater moet worden geïnstalleerd in de tank en boiler

Aansluiting Voeding

Aansluiting voedingsbedrading

Wanneer u de hoofdvoeding aansluit, is de diameter van het netsnoer moet groter zijn dan of gelijk zijn aan de aanbevolen draaddiameter en moet betrouwbaar geaard zijn.

Aansluiting Circulatiepomp

Aansluiting circulatiepomp

 

Aansluiting 3-wegklep

• De aansluiting van de 3-wegklep bestaat uit 2 spanning voerende draden en 1 nuldraad. De schakelrichting moet worden gecontroleerd op bedrading, anders zal het apparaat worden beschadigd en onbruikbaar worden.

• De richting van de pijl van de 3-wegklep is in dezelfde richting als de richting van de waterstroom in de pijp.

Aansluiting Temperatuursensor

Aansluiting temperatuursensor

Retourtemperatuursensor is opgenomen in de inlaat van de warmtepomp, als u een buffer heeft kunt u deze in een dompelhuls plaatsen. De dompelhuls wordt gebruikt voor temperatuurmeting in opslagtanks, boilers of soortgelijke apparaten. Hiervoor wordt de sensor of de thermostaat eenvoudig in de huls gestoken.

Aansluiting Temperatuursensor

  • Controleer of het netsnoer en andere verbindingsdraden goed vastzitten.
  • Vul het watersysteem met een druk van 0,8 MPa om er zeker van te zijn dat er geen lekken zijn.
  • Zorg ervoor dat alle kleppen open zijn, de lucht in de leidingen en de watertank zijn luchtigheid.
  • Stel het apparaat in op de gewenste modus, stel de gewenste temperatuur in en schakel het apparaat in.
  • Nadat de pomp is gestart, is de ingestelde temperatuur bereikt en is er daarna geen fout meer de temperatuur daalt, kan deze normaal opnieuw worden gestart en is de inbedrijfstelling voltooit.

WIFI module installeren

1. Open het paneel en controleer het volgende: Signaalkabel Stroomvoorziening Verbindingskabel WIFI-modus

2. Open het deksel van de WIFI-module, sluit aan! signaaldraden en draai deze vast, sluit de rode draad aan! op de positieve “+” en de witte draad op de negatieve “-“ , sluit dan het deksel

3. Let bij het aansluiten van de signaalkabel op de positie van de rode draad en witte draad. Het rode uiteinde is verbonden met A van de verbindingslijn en met het andere uiteinde is verbonden met de “+” van de hoofdbesturingskaart; het witte uiteinde is aangesloten op verbindingslijn B en het andere uiteinde is aangesloten op “-“ a hoofdcontrolepaneel.

4. Het 230 V stopcontact wordt aangesloten op de voeding. De zwarte draad met de witte strook van het netsnoer wordt aangesloten op de “+” aansluiting lijn, en de zwarte draad is verbonden met de “-“ verbindingslijn.

5. Schakel de stroom in en bevestig dat de module knippert!

To top